Hij zag het eiland in 1989 voor het eerst en raakte op slag verknocht. Inmiddels kent Paul van Laarhoven, Manager Touroperating bij de Jong Intra Vakanties, Bali tot in de verste uithoeken. Maar hoe vind je het authentieke paradijs nog in een tijd van massatoerisme en volgebouwde kuststroken?
Weet je nog wat je eerste indruk was van het eiland, en hoe die indruk in de loop der jaren is veranderd?
‘De eerste keer was in 1989, dus inmiddels 37 jaar geleden. Toen was het nog een stuk minder druk. Vooral de bijzondere Balinese cultuur maakte toen indruk. Ik vind het nog steeds een heerlijk eiland, maar je moet wel de plekjes weten te vinden waar het massatoerisme nog niet heeft toegeslagen.’
Bali is enorm populair, maar ook drukker geworden. Welke grote veranderingen heeft het eiland doorgemaakt, zowel positief als negatief?
‘Positief: er is een enorme keuze aan accommodaties in alle prijsklassen en de wegen zijn beter geworden. Negatief: je struikelt met name aan de westkant (Kuta, Seminyak, Legian, Canggu) over de toeristen. Hier is het zo druk dat het verkeer een drama is. Voor Aussies is Bali hetzelfde als Spanje, Turkije of Griekenland voor ons. De laatste twee jaar is er een enorme toename van toeristen uit India. Ook de Chinezen weten Bali weer te vinden en zelfs Russen komen in grote aantallen.’
Tekst gaat verder onder de afbeelding.
Is er een plek op Bali waar je steeds weer naartoe terugkeert?
‘Dat zijn er meerdere. Het noordwesten van Bali is prachtig en rustig. Pemuteran om te overnachten, Menjangan om naartoe te varen en te snorkelen; veruit de mooiste snorkelplek van Bali. De hotels in Pemuteran maken bij toerbeurt wekelijks Menjangan schoon. In het nabijgelegen West Bali National Park kun je mooie hikes maken tussen de vele zwarte apen. Sidemen, tussen Ubud en Candidasa, is een heerlijke plek. Nog niet ontdekt door het massatoerisme, met alleen maar mooie, kleinschalige hotels. Je kunt er heerlijk wandelen en fietsen. Candidasa is heel leuk als alternatief voor de drukke strandbestemmingen in het zuiden. Sanur is nog altijd de populairste strandbestemming voor Nederlanders. Relatief rustig, met leuke hotels en een mooie wandel- en fietsboulevard langs het strand. Jammer dat daar nu weer een mega shoppingmall (Icon Bali) is neergezet.’
Welke ervaring op Bali heeft de meeste indruk op je gemaakt en is je altijd bijgebleven?
‘Eigenlijk was de eerste keer op Bali het meest indrukwekkend. Het is er zo anders dan in de rest van Indonesië; de mensen, de cultuur, de tradities. Als je daar voor het eerst komt, overweldigt het je. Balinese namen zijn ook interessant. Volgens de cultuur heet het eerste kind Wayan, het tweede Made, nummer drie Nyoman en nummer vier Ketut. Bij nummer vijf begint het weer van voren af aan. In het dorpje Mas wordt veel houtsnijwerk gemaakt. Toen ik daar voor het eerst kwam, zag ik bij iedere werkplaats een bordje ‘I Made’. ‘Waarom doen ze dat?’, dacht ik, ‘logisch dat jij het gemaakt hebt’. Tot ik begreep dat het de naam van de maker was.’
Tekst gaat verder onder de afbeelding.
Vanuit je werk kijk je waarschijnlijk anders naar een bestemming dan de gemiddelde vakantieganger. Waar let jij op als je Bali bezoekt?
‘Op heel veel dingen: het verkeer, hoe schoon is het, de kwaliteit van de hotels, de stranden, de wegen, kinderarbeid, de hele infrastructuur, de luchthaven, de tijd die het kost om het land binnen te komen, lokaal vervoer, taxi’s, noem maar op.’
Bali staat bekend om zijn cultuur en gastvrijheid. Hoe ervaar jij het contact met de lokale bevolking, en wat kunnen Nederlandse reizigers daarvan leren?
‘De Balinese cultuur en gemeenschap zijn best gesloten, zeker in de kleine dorpen verspreid over het eiland. In de drukke badplaatsen zijn het vooral Javanen die in bijvoorbeeld de hotellerie werken. Ook winkeltjes zijn vaak van Javanen. De Balinezen zie je hier niet snel. Daar maak je ook niet makkelijk echt contact mee. Je bent wel altijd welkom bij ceremoniën, begrafenisrituelen en dergelijke. Het mooie is dat doordat er toch enige afstand tussen de toerist en de lokale bevolking is, de Balinese cultuur en tradities behouden blijven. De Balinezen zijn een trots, sierlijk en waardig volk. Ze verdienen het om met respect behandeld te worden door ons, soms lompe, Nederlanders. Dat is ook altijd mijn advies: je eigen gedrag is bepalend voor de mate van contact die je met de echte Balinezen zult krijgen.’
Tekst gaat verder onder de afbeelding.
Er is veel discussie over massatoerisme op Bali. Hoe kan de reisbranche volgens jou bijdragen aan een duurzamere toekomst voor het eiland?
‘Er zijn gelukkig veel initiatieven om de grote hoeveelheden plastic te beperken, om de stranden schoon te houden, de bermen langs de wegen afvalvrij te houden en dat soort zaken. Er is ook een verbod op de verdere ontwikkeling van grootschalige hotels en resorts. Van alle aankomsten op Bali op jaarbasis maken Nederlanders slechts 2 procent uit. Vooral de grote hoeveelheden Aussies, Indiërs en Chinezen maken het eiland tot wat het nu is. Aan de zuidwestkust is het helaas een soort veredeld Benidorm of Torremolinos geworden. Ik sprak klanten ter plaatse die per se naar Canggu wilden, zeg maar het nieuwe Kuta. Canggu ligt circa 20 kilometer ten noorden van de luchthaven. Ze hadden er bijna drie uur over gedaan om vanaf de luchthaven in Canggu te komen. De indruk die je dan van het paradijselijke Bali krijgt, is direct dodelijk. Dat zijn dus de plekken die ik zou mijden. Toeristen die Bali eens willen zien en tien dagen naar dit soort plekken gaan, kunnen echt beter naar de Canarische of Griekse eilanden gaan. De stranden zijn daar vaak mooier, de vliegafstand is veel korter en het is dus ook duurzamer.’
Stel dat iemand voor het eerst naar Bali gaat en jij mag maar drie tips geven. Welke zouden dat zijn?
‘Start in Ubud, een prima plek om de Balinese cultuur te leren kennen. Veel mooie, kleinschalige accommodaties. Vandaaruit naar het noordwesten: Pemuteran en snorkelen bij het eilandje Menjangan, betoverend mooi. Dan via de noordkust met stops en overnachtingen in Lovina en Amed door naar Candidasa (strand) en een paar dagen Sidemen. Eindigen met een paar dagen aan het strand van Sanur in een lekker resort. Zo mijd je het massatoerisme en zie je het echte Bali. Dat is er namelijk nog steeds.’
Tekst gaat verder onder de afbeelding.
Bali wordt vaak gecombineerd met andere Indonesische eilanden. Welke combinatiereis zou jij aanraden voor reizigers die meer van Indonesië willen ontdekken?
‘Dan kun je meerdere kanten uit. Voor de kust van Oost-Bali liggen Nusa Lembongan en Nusa Penida. Vooral die eerste is erg leuk; Bali zoals het 50 jaar geleden was. Dan heb je de Gili’s, drie kleine eilandjes voor de kust van West-Lombok. Hier kun je makkelijk met een lokale ferry naartoe. Gili Trawangan is een feesteiland en toch stiekem ook wel heel leuk. Gili Air en Gili Meno zijn veel rustiger en prachtig. Lombok heeft twee mooie plekken: Senggigi in het westen en Kuta in het zuiden. Voor de avonturiers kan de beklimming van de vulkaan Rinjani (de op een na hoogste vulkaan van het land) een optie zijn. Tenslotte kun je vliegen naar Labuan Bajo op Flores om van daaruit per boot de Komodoeilanden te bezoeken. Ook de eilanden Sumba en Sumbawa ontwikkelen zich snel, zijn nog ongerepte bestemmingen en zijn eenvoudig bereikbaar vanaf Bali.’
Als je één dag op Bali helemaal zelf zou mogen invullen, zonder zakelijke afspraken, hoe zou die dag er van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laten uitzien?
‘Dan zou ik ’s morgens al in Sidemen zijn en daar een mooie fietstocht maken van een paar uur. Lekker lunchen op een mooie plek (die zijn er volop daar) en dan in de middag naar Seminyak rijden (toch aan die drukke zuidwestkust…). Waarom Seminyak? Omdat daar mijn absoluut favoriete beachresort ligt: Double-Six Luxury Hotel, een heerlijke plek. Maar ik zou ook prima een dag op het eiland Menjangan of Nusa Lembongan kunnen doorbrengen.’
Dit artikel komt uit de Azië-editie van Travelpro. Lees hieronder het volledige magazine.